Ik heb een te hoog spreektempo (of hoor van anderen dat ik te snel spreek)

 
 
 

Ik ben voor anderen dikwijls moeilijk te volgen of verstaan

 
 
 

Ik heb regelmatig onverwachte versnellingen in mijn spraak (spurts)

 
 
 

Ik vind het vaak lastig mijn spreektempo te controleren

 
 
 

Ik gebruik veelvuldig mijn pauzes verkeerd (te weinig, te veel, te lang, op verkeerde momenten)

 
 
 

Ik herhaal vaak lettergrepen, woorden of zinsdelen zonder dat ik daarbij veel spanning in het spreken heb

 
 
 

Ik schuif (lange) woorden nogal eens in elkaar, of laat lettergrepen weg 

 
 
 

Ik verspreek me meer dan me lief is, of verwissel regelmatig woorden, lettergrepen of klanken

 
 
 

Ik spreek doorgaans met te weinig intonatie, of gebruik m’n klemtonen verkeerd 

 
 
 

Ik sta meestal te weinig stil bij hoe hard of zacht ik spreek 

 
 
 

Ik verander mijn zinnen vaak terwijl ik spreek 

 
 
 

Ik heb nogal eens moeite om te bepalen wat ik wil zeggen

 
 
 

Ik gebruik dikwijls veel woorden voor wat ik wil zeggen

 
 
 

Ik heb nogal eens moeite om op woorden te komen

 
 
 

Ik gebruik vaak stopwoordjes in mijn spreken (bijv. ‘eh, ‘zeg maar’, ‘nou’, etc.)

 
 
 

Ik loop niet of nauwelijks ‘vast’ in mijn spraak (door gespannen blokkades of verlengingen)

 
 
 

Ik heb nauwelijks of niet last van spreek- of woordangst

 
 
 

Ik ben vaak verbaasd als ik mijzelf op opnames terug hoor. Mijn spraak is dan (veel) slechter dan ik had verwacht

 
 
 

Ik spreek vrijwel altijd beter als ik mij op mijn spraak concentreer

 
 
 

Ik spreek doorgaans slechter als het onderwerp complex is of als ik er niet in thuis ben

 
 
 

Vraag 1 van 20