De kenmerken van broddelen zijn niet alleen terug te vinden in de spraak van broddelaars maar ook via andere ‘kanalen’ van communicatie en specifieke gedragingen:

Beurtgedrag

Broddelende sprekers kunnen de neiging hebben om, terwijl anderen aan het woord zijn, in te breken in hun verhaal en zomaar de beurt van hen over te nemen.

‘Hij doet het meestal niet met opzet, maar mijn zoon neemt regelmatig zomaar de beurt van mij over terwijl ik nog niet klaar ben. Dan is-ie te ongeduldig om zijn punt te maken. Het werkt verstorend in onze communicatie, en ik voel me dan niet serieus genomen.’

Maria, moeder

Oogcontact

Mensen die broddelen maken, meestal zonder dat ze dat zelf doorhebben, relatief weinig oogcontact. Jammer, want non-verbale communicatie is (ook) belangrijk.

‘Ik had eerst helemaal niet door dat ik te weinig oogcontact maakte. Ik snapte in eerste instantie ook helemaal niet wat dat met het broddelen te maken moest hebben.’

Jasper

Lichaamstaal

Het fysieke voorkomen van mensen die broddelen, hun lichaamstaal, is vaak drukker dan bij reguliere sprekers. Vooral als ze aan het spreken zijn, maar ook als ze niet spreken.

Als ik mezelf op een video terug zie, kan ik niet ontkennen dat er veel beweeglijkheid in mij zit. Vergelijk ik mijn lichaamstaal bijvoorbeeld met die van mijn vrienden, dan ben ik van nature duidelijk drukker dan zij. Dit gaat om alles: armen, romp, hoofd, noem maar op.’

William

Zelfmonitoring

Een berucht kenmerk van broddelende sprekers is hun onvolmaakte auditieve feedback, ofwel hun vermogen om de kwaliteit van hun eigen spraak op waarde in te schatten. Standaard beoordelen ze deze (een stuk) positiever dan in werkelijkheid het geval is. 

‘Als ik mezelf op een opname terug hoor, schrik ik echt. Ik spreek veel sneller en onduidelijker dan ik zelf vaak denk. Zo horen mensen mij dus de hele tijd, denk ik dan. Een duidelijk signaal dus dat ik langzamer moet spreken.’

Eliza

Handschrift

In bijna alle gevallen is het handschrift van mensen die broddelen slordig te noemen. Niet zelden maken ze daarin dezelfde typen fouten als in het spreken, zoals onafgemaakte woorden.

‘Je wilt niet weten hoe mijn aantekeningen er vaak uit zien. Het is een complete janboel van pennenstreken en hanenpoten. Zelf kan ik mijn handschrift nog wel lezen, ik weet immers waar het over gaat. Maar voor een ander is het vaak net Chinees.’ 

Mandy

Te laat komen

Veel stottertherapeuten zullen het kunnen beamen dat hun broddelende cliënten – in tegenstelling tot hun stotterende clientèle – met grote regelmaat te laat komen.

‘Ik kom vaak te laat op afspraken. Zowel op mijn werk als privé. Laatst zei een vriend tegen mij dat hij mij daardoor onbetrouwbaar vond. Dat kwam wel even binnen. Ik probeer nu vaker op tijd te komen.’

Peter