Remmingstekort

Uit hersenonderzoek is bekend dat broddelende sprekers kampen met een zogenoemd remmingstekort: als ze eenmaal zijn begonnen met spreken, kan het voor hen lastig zijn hun spreektempo in toom te houden, en zelfs om te stoppen met spreken. Er zijn aanwijzingen dat dit defect het gevolg is van een onvoldoende rijping van de hersenstam (basale ganglia), het deel van de hersenen dat het centrale zenuwstelsel aanstuurt. Het remmingstekort kan zich zowel uiten in een te hoog als in een onregelmatig spreektempo. Bij een onregelmatig spreektempo vallen plotselinge versnellingen (spurts) in de spraak op.  Deze ontstaan doordat broddelende sprekers de tijd die ze nodig hebben om iets te zeggen te kort inschatten. Hierdoor raakt hun taalplanning verstoord en komen ze moeilijker uit hun woorden. Bij vloeiende sprekers is dit remmingstekort afwezig, waardoor zij beter in staat zijn om in een constanter spreektempo te blijven spreken en bovendien geen problemen ervaren met de planning van taal.

Het komt regelmatig voor dat ik versnel in mijn spraak. Bijvoorbeeld omdat ik enthousiast ben. Als dat gebeurt, heb ik soms geen enkele controle meer over die spurts. Alsof ze een eigen leven leiden, zo lijkt het dan. Van het een op het andere moment schiet mijn spreektempo dan omhoog en zet ik de een na de andere versnelling in.

Michael