Broddelen betekenis

Over wat broddelen is valt een boel te zeggen. De pagina “broddelen betekenis” vertelt je er alles over. Dat broddelen iets geheel anders is dan stotteren, daar zijn de internationale deskundigen het wel over eens. Volgens de laatste schattingen komt broddelen even vaak (of zelfs meer) voor als stotteren. Niet voor niets is broddelen sinds 2007 dan ook opgenomen als een op zichzelf staande aandoening in de classificatie van de World Health Organization (WHO). Maar wat is broddelen nou eigenlijk precies? En waarom staat het nog steeds in de schaduw van stotteren? 

Basale verschil stotteren en broddelen

Klassiek stotterende sprekers weten doorgaans goed wat ze willen zeggen maar krijgen hun woorden er moeizaam uit: ze voeren een strijd om de taal die in hun hoofd al gepland is te verwoorden. Bij broddelende sprekers werkt dat precies andersom: doordat hun taalplanning vaak nog niet rond is, hebben ze moeite om te bepalen wat ze gaan zeggen en hoe ze dat moeten doen. Dit wezenlijke verschil is terug te voeren op andere neurologische processen. Stotteren wordt als gevolg hiervan gezien als een defect in de spraakmotoriek (de coördinatie en timing van de spreekspieren) en broddelen als een defect in de timing en planning van taal. Beide aandoeningen kennen hun eigen specifieke symptomen en vragen om een andere behandeling. Belangrijk te vermelden is dat behalve stotteren en broddelen tevens een mengvorm daarvan bestaat; broddel-stotteren. Een persoon die broddel-stottert kan dan ook kenmerken van beide aandoeningen hebben.

The essentie van broddelen

Broddelen is een stoornis in de vloeiendheid en/of verstaanbaarheid van de spraak. De niet-vloeiendheden bij broddelen lijken op het eerste gezicht op die van stotteren. Toch zijn ze in werkelijkheid (zeer) verschillend en hebben ze een andere oorzaak. De niet-vloeiendheden bij broddelen ontstaan als gevolg van twee zaken:

  • een te hoge spreeksnelheid/ moeite het spreektempo te controleren;
  • een ongeorganiseerde taalplanning. 

Onder taalplanning verstaan we onder meer: het bepalen van wat je gaat zeggen (je boodschap), welke opbouw je hieraan meegeeft en hoe je zinsbouw er concreet uitziet. Broddelende sprekers geven vaak aan een druk of ‘vol’ hoofd te hebben. Hebben ze hun taalplanning niet op orde, dan struikelen ze al gauw over hun woorden. Hierdoor raakt de communicatie met anderen verstoord. 

In het algemeen klinkt de spraak van broddelende sprekers hakkelig, gehaast, rommelig of onduidelijk. De niet-vloeiendheden bij broddelen zijn daarmee anders van aard dan die bij stotteren. Het zijn spreekfouten die iedereen weleens maakt (ook vloeiende sprekers doen dat), alleen produceren broddelende sprekers ze veel vaker en structureel. 

Symptomen broddelen

Met broddelen gaat een aantal typische symptomen gepaard. Deze zijn onder te verdelen in:

  • kernsymptomen;
  • nevensymptomen;
  • overige symptomen.

Hoe meer symptomen zich bij een en dezelfde persoon voordoen, hoe waarschijnlijk het is dat hij of zij broddelt.

Kernsymptomen

In het geval van broddelen moet er altijd sprake zijn van een te hoge en/of onregelmatige articulatiesnelheid. Anders gezegd: een te hoog spreektempo, eventueel gecombineerd met plotselinge versnellingen (spurts) in de spraak. 

Daarnaast dient een of meer van de volgende kernkarakteristieken aanwezig te zijn:

  • Hoge frequentie van normale niet-vloeiendheden, zoals herhalingen (‘Ik ging, ik ging, ik ging’…) zinsombuigingen (‘Ik fietste, uh.. ik liep naar huis’), of verkeerde woordkeuzes (‘Neem maar plaats op die stoel, uh… bank’).
  • Verkeerd gebruik van pauzes (te weinig, te kort, te veel, op onjuiste plaatsen in een zin) en/of een onjuiste beklemtoning en spreekritme.
  • Onjuiste woordstructuren: bijv. door het in elkaar schuiven of weglaten van lettergrepen (‘aminum’ voor ‘aluminium’).

Nevensymptomen

Naast deze kernsymptomen komen vaak een of meerdere nevensymptomen in de spraak van broddelende sprekers voor, zoals:

  • stopwoordjes (bijv. ‘zeg maar’, ‘weet je wel’, ‘nou’, ‘inderdaad’, ‘eigenlijk’, ‘uh’, etc.);
  • monotoon spreken;
  • gebrekkige articulatie/ binnensmonds spreken (mompelen);
  • te hard of te zacht praten (te zacht: bijv. het afsterven van het volume aan het einde van een zin);
  • breedsprakigheid (veel of langdurig aan het woord zijn);
  • verkeerd klinkergebruik (bijv. ‘pat’ voor ‘pot’, of ‘oek’ voor ‘ook’);
  • woordvindingsmoeilijkheden.

Ook zijn er symptomen van broddelen die buiten de spraak zichtbaar zijn. Lees verder over de betekenis van broddelen.

Vormen van broddelen

Er bestaan 2 vormen van broddelen, die ieder gepaard gaan met specifieke kenmerken.

Linguïstisch/ syntactisch broddelen

Onafgemaakte of omgebogen zinnen, tussenwerpsels (zoals stopwoordjes) en herhalingen tasten de structuur van een verhaal aan. De logica van de boodschap wordt erdoor overhoop gehaald, wat het moeilijk maakt voor anderen om het verhaal te volgen. 

Deze symptomen zijn kenmerkend voor wat we linguïstisch of syntactisch broddelen noemen (afgeleid van “syntaxis”, de naamgeving voor de structuur van zinnen). Ze hebben gevolgen voor de vloeiendheid van de spraak.

Motorisch/ fonologisch broddelen 

Het in elkaar schuiven van woorden, een onduidelijke articulatie, het verwisselen van klinkers, etc. heeft daarentegen vooral gevolgen voor de verstaanbaarheid van iemands spraak. Dit zijn symptomen van wat ook wel motorisch of fonologisch broddelen wordt genoemd. Fonologie staat voor ‘klankleer’: het gaat over hoe taal en woorden klinken. 

Kenmerken van beide vormen van broddelen kunnen bij een en dezelfde persoon voorkomen.

Oorzaak van broddelen

Defecte ‘rem’

Uit hersenonderzoek is bekend dat broddelende sprekers kampen met een remmingstekort: als ze eenmaal zijn begonnen met spreken, kan het voor hen lastig zijn hun spreektempo in toom te houden, en soms zelfs om te stoppen met spreken. Dit defect is het gevolg van een onvoldoende rijping van de hersenstam (basale ganglia), het deel van de hersenen dat het centrale zenuwstelsel aanstuurt.

Erfelijkheid

Broddelen heeft een duidelijke erfelijke component. Zo’n 85-90% van de broddelende sprekers heeft een familielid met een aangeboren vloeiendsstoornis, zoals broddelen of stotteren.

Relaties met overige aandoeningen

Wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat broddelen een sterke relatie heeft met onder meer leermoeilijkheden en ADHD. Bij mensen met deze aandoeningen komt broddelen bovengemiddeld vaak voor. 

Voor de duidelijkheid: dit betekent niet dat als je broddelt je per definitie leermoeilijkheden of ADHD hebt. Broddelen en overige gerelateerde aandoeningen kunnen prima los van elkaar bestaan.

Niet verwarren met…

Broddelen mag verder niet verward worden met een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Mensen met een taalontwikkelingsstoornis hebben namelijk óók bij een laag spreektempo problemen met de planning van hun taal. Om diezelfde reden mag broddelen eveneens niet worden gezien als een articulatiedefect: bij mensen met deze aandoening treden ook bij een laag spreektempo articulatieproblemen op. Hetzelfde principe gaat op voor een taalproductiestoornis (waarbij onder meer woordvindingsmoeilijkheden of het verwisselen van woorden veel voorkomende symptomen zijn).

Centrale issues in broddelen

Tijd

Gezien de gebrekkige taalplanning is het centrale thema bij broddelen tijd. Door voor, tijdens of na het spreken voldoende tijd te nemen, stellen broddelende sprekers zichzelf in staat hun formulering goed af te ronden en hun articulatie voor te bereiden. Hiermee voorkomen ze dat er zich (nog meer) slordigheden in hun spraak gaan voordoen. Het nemen van tijd kan een wereld van verschil uitmaken; het verschil tussen vloeiend spreken en broddelen. 

Concentratie

Om beter uit hun woorden te komen, is een goede concentratie  voor broddelende sprekers onontbeerlijk; voldoende focus op het nemen van tijd en hun manier van spreken. Doen ze dat, dan zal de vloeiendheid of verstaanbaarheid van hun spraak direct verbeteren.

Onbekendheid

Gezien de grote onbekendheid van broddelen is het belangrijk dat dit onderwerp door mensen die broddelen (en hun naasten) met anderen wordt gedeeld. Vandaag de dag lopen er namelijk nog steeds veel ‘stotterende sprekers’ rond die niet van zichzelf weten dat ze eigenlijk broddelen of broddel-stotteren, en daardoor niet de juiste behandeling krijgen. Hoogste tijd om hier verandering in aan te brengen.