Versprekingen

Bij een te hoog spreektempo, kunnen al gauw versprekingen ontstaan. Goed beschouwd zijn dit fouten in de woordstructuur. Hiervan zijn verschillende vormen, zoals:

Fouten in lettergreepvolgorde

Lettergrepen worden in de verkeerde volgorde gezet, bijvoorbeeld: ‘plankenboek’ in plaats van ‘boekenplank’. 

Fouten in lettergreepstructuur

Er wordt een fout gemaakt binnen een lettergreep, bijvoorbeeld: ‘kop’ in plaats van ‘top’.

Anticiperende fouten

De spreker loopt vooruit op een klank die gaat komen, bijvoorbeeld: ’blind die bloemen maar vast’ (bind die bloemen maar vast), of: ‘buikboot’ in plaats van ‘duikboot’.

Foneemverwisseling

Klanken worden omgewisseld, waardoor onjuiste woorden ontstaan, bijvoorbeeld: ‘onlimmedik’ in plaats van ‘onmiddelijk’. Andere voorbeelden zijn: ‘versnelde verkering’ (verkeerde versnelling) of ‘verkrachte eenden’ (vereende krachten).

Toevoegen van klanken

De spreker voegt spontaan een onbedoelde klank of lettergreep aan een bestaand woord toe, bijvoorbeeld: ‘stationtschef’ (stationschef). 

Klinkerverkleuring

De spreker gebruikt de verkeerde klanken, bijvoorbeeld: ‘pat’ voor ‘pot’, of ‘oek’ voor ‘ook’.